Er is een oorlog op komst! De boosaardige Kaurava’s, onder aanvoering van Duryodhona, hebben met laaghartige listen hun handen weten te leggen op het koninkrijk dat eigenlijk toebehoort aan hun neven, de vijf Pandawa-broers (Yudishtira, Bhima, Arjuna, Nakula en Sahadeva). Een raad van wijzen heeft bepaald dat de Kaurava’s dit koninkrijk na een periode van dertien jaar weer terug moeten geven. De Kaurava’s weigeren dit echter, zelfs nadat de heilige Krishna bemiddeld heeft. Ook wanneer de leider van de Pandawa’s, Yudishtira, in een wanhopige poging de oorlog af te wenden, zegt dat hij genoegen zal nemen met slechts vijf armzalige dorpjes in plaats van zijn koninkrijk, blijven de Kaurava’s volharden in hun eerloze gedrag. Nu zullen de Pandawa’s wel moeten vechten om hun rechtmatige bezit terug te krijgen.
Dit verhaal is te lezen in het bekende hindoe epos
Mahabharata. De
Mahabharata komt oorspronkelijk uit India, maar is ook in Indonesie verspreid. Daar werden de verhalen over de avonturen van de vijf Pandawabroers het meest geliefde onderwerp voor de traditionele Indonesische schaduwpoppenspelen (de zogenaamde "wayang kulit"). Niet alleen de verhalen uit de oorspronkelijke Indiase
Mahabharata werden in die spelen verteld: de Javanen voegden er ook zelf verhalen aan toe. Bijvoorbeeld het verhaal van de ontmoeting tussen een van de Pandawabroers, Bhima, en de Dewa Ruci.
Bhima is een enorme man, die erom bekend staat dat hij met zijn blote handen bomen uit de grond kan rukken om daarmee zijn vijanden te lijf te gaan. Om hem nog voor de oorlog begint uit te schakelen, bedenken de Kaurava’s een valstrik. Zowel de Pandawa’s als de Kaurava’s zijn opgeleid door de goeroe Drona, die nu aan het hof van de Kaurava’s verblijft. Als strijder is Bhima door een erecode verplicht om ieder bevel van zijn goeroe op te volgen. De Kaurava’s halen Drona over om Bhima een onmogelijke opdracht te geven: hij moet op zoek gaan naar het levenswater. Drona verteld Bhima dat hij dit kan vinden op een plek waar twee gevaarlijke reuzen wonen. Tot verbijstering van Drona – die helemaal niet gelooft dat er zoiets als het levenswater bestaat – keert Bhima ongeschonden terug van de strijd met de reuzen.
Nu draagt Drona de krijger op om het levenswater te gaan zoeken in de Indische oceaan. Bhima’s broers en familie proberen de strijder ervan te weerhouden naar deze gevaarlijke plek te gaan: het is duidelijk dat Drona hem in de val probeert te lokken. Bhima zegt echter dat hij gebonden is aan zijn erecode. Ook al weet hij dat Drona niets goeds in de zin heeft, hij moet zijn goeroe gehoorzamen. Hij vertrekt naar de Indische oceaan, waar hij strijd levert met een groot aantal monsters. Diep in de oceaan vindt hij tenslotte een eiland, waar hij oog in oog komt te staan met de geheimzinnige Dewa Ruci.

Het verhaal van de Dewa Ruci is een typisch Javaans fenomeen. Java was tot de vijftiende eeuw overwegend hindoeïstisch. Toen Indiase predikers de mystieke islam naar het eiland brachten, gebruikten zij voor het verspreiden van hun boodschap de bestaande hindoeïstische verhalen. Zo ontstond de unieke situatie dat aan de hand van personages uit de hindoemythologie de islamitische moraal uitgelegd werd. Een van de hoogtepunten uit die traditie is Het boek van Dewa Ruci. Hoofdpersoon Bhima, die hier met zijn Javaanse naam Wrekodara wordt genoemd, bereikt in dit verhaal de verlichting van het soefisme, de mystieke islam. Uitgangspunt van het boek is het bijzondere Javaanse mensbeeld, waarbij de mens in zichzelf een manifestatie van god is en de Dewa Ruci staat voor de kracht die bemiddelt tussen God en de goddelijke essentie van de individuele mens. Het verhaal van de Dewa Ruci wordt in Indonesië nog regelmatig opgevoerd als schaduwpoppenspel: op
youtube is daar een bijzonder voorbeeld van te vinden.